Whaaaah!

9 mei 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

Vrijdagavond, kroost naar bed en manlief en ik zitten nog even heerlijk rustig beneden. We hopen dat ze slapen, maar zijn daar, zeker na zo’n gezellige avond, niet helemaal zeker van. Maar dat is ok.

Even later weten we zeker dat ze niet slapen: een enorm gegil, gesmijt met deuren en rennende voeten de trap af: “een spin, een spin er zit een enorme spin op de muur!”

Gewapend met een stuk keukenpapier gaan manlief en ik de trap op, verwachtend minstens een zwarte weduwe aan te treffen. Maar dat valt aardig mee (of tegen). Het is inderdaad een flinkerd, maar snel gevangen en vlot verdwenen.

“Gut oh gut, moet je daarvoor de hele buurt bij mekaar schreeuwen”, klinkt de donkere ‘baard in de keel-stem’ van zoonlief. De dames zijn het erover eens van wel.

In geuren en kleuren, maar nog trillend van de schrik, vertellen ze beneden hun Enorme avontuur. “Eeh, lagen jullie dan bij elkaar in bed?” Betrapt! Maar vooruit.

“Maar ik ga daar nu niet slapen!” Omdat het inmiddels na middernacht is, stem ik er mee in dat ze samen naar de andere kamer vertrekken. “Maar wel gaan slapen” roep ik nog. Waarom zeg ik dat eigenlijk?

Als wij ook eindelijk naar bed gaan, hoor ik ze nog. Napratend en lachend. De spin is inmiddels centimeters gegroeid en enger dan wat dan ook. En de jongste beweert dat ze nooit maar dan ook nooit meer op haar kamer gaat slapen.

Toen ik vanmorgen opstond, keek ik glimlachend in de kamer van de jongste. Verwachtend een leeg bed aan te treffen. Maar nee, daar lag ze gewoon. Heerlijk en alléén te slapen. Zou ik het dan hebben gedroomd?