Wanneer ben je een goede ouder?

25 juni 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

Keihard slaan de twijfels toe als ik in de clinch lig met mijn puberdochter of als mijn zoon in paniek opbelt omdat hij weg wil van de zorgboerderij waar hij woont. Soms, heel soms, heb ik het zelfs bij onze jongste. Dan vraag ik me af of het niet té gemakkelijk gaat.

Wij krijgen al een aantal jaren wekelijks ondersteuning in ons gezin. Hulp bij alles wat op ons afkomt in een gezin met in ieder geval een zoon die extra zorg nodig heeft. Zorg die ons op een gegeven moment boven het hoofd groeide. Zorg ook die hij niet altijd meer wilde aannemen. Zorg die uiteindelijk beter op een andere plek dan thuis gegeven kon worden.

Ook nu nog zijn we erg dankbaar voor de extra ondersteuning. Want ouder ‘op afstand’ zijn, vergt ook veel. En daarnaast doen zich weer andere situaties in huis voor die soms een speciale aanpak nodig hebben. Verder zijn er de vele procedures, evaluaties en formulieren die moeten worden ingevuld. Ik hoef maar te verwijzen naar the neverending story van de fiets als voorbeeldje. We hebben de moed nog steeds niet opgegeven. Mede dankzij onze hulpverlener.

Als er naar mijn idee té veel dingen mis gaan in ons gezin, met name té veel boosheid, té veel ruzie of té veel verdriet bij de kinderen dan heb ik de neiging om me dat zelf te verwijten. Ik voel me zelf een slechte moeder als ik het thuis niet gezellig kan houden. Ik wil regels, maar ben erg slecht in die consequent en strikt te hanteren. Snel geneigd om te zeggen: ah, toe dan maar.

En als ik dan eenmaal in zo’n bui zit van mezelf niet goed genoeg vinden als moeder, dan komt daar geheid het feit om de hoek dat onze zoon van 15 niet meer thuis woont, maar op een zorgboerderij. “Zie je wel”, zegt dan dat negatieve stemmetje, “je bent niet eens in staat om voor je eigen kind te zorgen”. Vergetend dat het juist uit liefde voor hem is dat hij op een plek is waar hij weer structuur in het leven krijgt en er weer perspectief is.

In die fase zaten we deze week ook in een gesprek met onze hulpverlener. Zowel zij áls mijn man konden mij een goede moeder noemen, het landde nog niet. Daarop kwam de vraag “wanneer ben je dan een goede moeder, een goede ouder?” We kregen hem mee als een soort huiswerk, want ik kon het antwoord ter plekke niet zo goed bedenken.

En nu speel ik de vraag gewoon door aan iedereen die dit leest: “wanneer ben je een goede ouder?

Inmiddels heb ik er wel wat meer over nagedacht. Wat ik zelf belangrijk vind, is onze kinderen een veilige, liefdevolle plek bieden waar ze zich optimaal kunnen ontwikkelen. Een plek waar ze zichzelf kunnen zijn en waar ze de kans krijgen om te ontdekken wie ze zijn en wat ze graag willen. Waar ik kan, zal ik ze daarbij helpen en ondersteunen. Niet te veel, maar ook niet te weinig. Maar hopelijk genoeg om het leven zelf te ontdekken en aan te kunnen.

Ik realiseer me dat dat betekent dat er af en toe (grote) botsingen kunnen zijn. Omdat je uit liefde los moet laten, terwijl het lijkt alsof je laat vallen. Omdat thuis dan ook de plek is, waar de uitbarstingen mógen zijn. Wel met grenzen, maar in de vertrouwde, veilige omgeving. En ook omdat thuis dan de plek is, waar je even een extra duwtje krijgt om toch door te pakken en initiatief te nemen.

Mijn huiswerk is nog lang niet af. Willen jullie af en toe even overhoren?