Voorbeeld

15 november 2021 Door Marleen Samplonius-Ottens

Onze oudste dochter (13) heeft een dag vrij. Studiedag voor de docenten.

Ze nestelt zich op de bank met een boek dat ze voor Engels moet lezen en waar volgende maand een boekverslag van moet worden ingeleverd.

Er is wat aarzeling om er aan te beginnen. “Hoe lang doe ik erover om dit boek te lezen, denk je?” Ik zeg dat ik geen idee heb. Ze laat me de omvang zien en noemt het aantal bladzijden. “Denk je dat ik het in één middag uit kan hebben?” Ik zeg dat dat in principe moet kunnen. Ze kijkt me aan en zegt: “Het is wel Engels hè?!”

Ik zeg, terwijl ik shirt nummer zoveel van haar opvouw: “Begin er nou maar gewoon aan, dan zie je vanzelf hoelang je er mee bezig bent.”

Vanaf de bank kijkt ze me lachend aan en zegt: “Zeg jíj́ nou dat ik het niet uit moet stellen?”

Ze kent me veel te goed. “Ja”, zeg ik, “je wilt toch niet worden zoals ik?”

“Daar heb je helemaal gelijk in”, zegt ze en pakt haar boek en begint fanatiek te lezen.

Ik denk dat ie vanmiddag nog uit is.

Ook een ‘slecht’ voorbeeld is een voorbeeld.