Vakantie

29 juli 2021 Door Marleen Samplonius-Ottens

“Dus jullie slaan mijn goede advies in de wind, begrijp ik!” Heel even, schrik ik, maar dan zie ik de lach op het gezicht van de psycholoog waarmee we online een evaluatiegesprek hebben. “Dat begrijp ik helemaal hoor. Alleen maar goed. Ik wens jullie alvast veel plezier!”

Het afgelopen (school)jaar hebben we veelvuldig contact gehad met een hulpverlenende instantie voor kinderen en jongeren. Zowel onze zoon als oudste dochter konden daar terecht voor onderzoek, hulp en begeleiding. En daar kijken we met een heel goed gevoel op terug. Van wanhopig met de handen in het haar zitten, naar samen hoopvol vooruit durven kijken. Een grote verdienste voor onze kinderen die daar hard voor hebben gewerkt.

Ik denk dat het ongeveer in het begin van het voorjaar was, toen we het in één van de gesprekken waar wij als ouders ook bij mochten zijn, kregen over de zomervakantie. Na de vorige vakantie hebben manlief en ik tegen elkaar gezegd dat we voorlopig niet weer met het hele gezin samen op vakantie gaan. Het was namelijk een regelrecht drama. Waar je normaal samen kunt genieten, opladen en bijtanken, moesten we alle zeilen bijzetten om te voorkomen dat ze elkaar de hersens zouden inslaan, of erger.

De details laat ik achterwege, maar het was voor ons overduidelijk dat we dit nooit, maar dan ook nooit weer zo wilden. Maar toen de coronamaatregelen versoepelden, begonnen de kinderen toch weer over de vakantie. We waren onverbiddelijk: nee! We blijven in onze vertrouwde omgeving met een vast ritme (iets met rust, reinheid en regelmaat). En dat kwam ter sprake tijdens één van de gesprekken bij de hulpverlenende psychologen.

En hoewel we zelf standvastig waren, kwam een uitspraak van één van hen toch wel even binnen: “Tja, misschien moeten jullie accepteren dat jullie niet als gezin op vakantie kunnen, zoals anderen dat misschien doen!” Op zich een logische conclusie als je met een aantal huisgenoten met een vorm van autisme te maken hebt, maar als het dan zo hardop wordt gezegd, is het toch even slikken.

Maar inmiddels zijn we een aantal maanden verder en hebben we die uitspraak voorlopig even naast ons neergelegd. Zelfs tot tevredenheid van die psycholoog. Want alle harde werken, onderzoeken en begeleiding hebben wel de nodige positieve veranderingen opgeleverd met als meest bijzondere voorbeeld de dagjes uit van broer en zus samen naar een pretpark. Samen in de bus, samen in de trein, samen in de achtbaan en samen boven in het reuzenrad. En dat zonder enige wanklank.

Na de eerste keer, zei dochterlief: “Nu dit zo goed gaat, mam, kunnen we dan héél misschien toch nog een weekje samen op vakantie?” We zagen de veranderingen, niet alleen op zo’n dag samen uit, maar ook thuis en dat heeft ons uiteindelijk doen besluiten om het er toch op te wagen. We gaan een weekje naar één van onze mooie waddeneilanden. Met het héle gezin!

Voor de meeste gezinnen misschien de normaalste zaak van de wereld en het hoogtepunt van het jaar. Ik hoop dat we dat aan het eind van de vakantie ook samen kunnen zeggen. Het vergt de nodige voorbereidingen. Niet te veel (eigenlijk niets) aan het toeval overlaten om dan uiteindelijk sámen te kunnen genieten!

De afgelopen week was de sterfdag van mijn vader. Mijn jongste broer liet een aantal foto’s zien vanaf hun vakantiebestemming: één van de waddeneilanden. Eén daarvan staat hierboven: strand, zee en mensen onderweg onder een mooie regenboog. Dat stemde hoopvol. Mijn vader gaf het ons mee: “joe motten d’r van genieten kinder!”  

Fijne vakantie!