Tijd

7 mei 2020 Door Henk Samplonius

Tijd, het glipt door je vingers als los zand. Mijn kinderen hoor ik het al regelmatig verzuchten: “het jaar is alweer bijna voor de helft voorbij”. Van oudere mensen heb ik weleens gehoord dat de dagen zo lang duren, dat de klok maar niet vooruit lijkt te gaan. Als je nog maar weinig hebt in je leven, als bijna alles stil staat, kan ik me dat voorstellen. Zeker als je in deze coronatijd ook nog geen bezoek mag ontvangen. Tot nu toe heb ik er gelukkig weinig last van. Ik kom meestal tijd te kort. Verveling is mij vreemd.


Tijd is een vreemd begrip. Ooit hebben mensen bedacht dat het handig is dat vast te leggen. Eerst met behulp van de zon, later kwamen daar mechanische en elektrische klokken voor in de plaats. In deze tijd leven we met de klok en met de agenda. Tijd is geld, wordt vaak gezegd, en dat maakt het leven jachtig. Op zoek naar geld, op zoek naar geluk, op zoek naar ons zelf?


Mijn vader was een wijs man. Hij zat vaak tevreden in zijn stoel, rookte een sigaartje of een pijp en dan vroeg mijn moeder hem weleens “wat ben je aan het doen?” Zijn antwoord was dan “ik mijmer”. Mijmeren, kennen wij dat woord nog? Gewoon, je leven, je dag, alles overdenken. Volgens mij had dat op mijn vader een heilzame werking. Als ik eens ongeduldig was of wel eens ergens problemen mee had zei hij vaak “je moet de tijd als bondgenoot nemen”. Die uitspraak is zeker ook van toepassing op de tijd waarin wij nu leven. Het coronavirus drukt, ondanks versoepeling in de regelgeving, een zwaar stempel op de huidige tijd. Maar op allerlei plekken wordt gewerkt aan oplossingen, zijn medici bezig met vinden van een medicijn en een vaccin en probeert iedereen er het beste van te maken in deze “anderhalve meter maatschappij”.


“De tiid hâldt gjin skoft”, was ook een uitspraak die mijn in Friesland geboren vader vaak gebruikte.
“De tijd staat niet stil”, alles gaat gewoon door, Corona of niet. Ik wens je ondanks alles een goede tijd !