Te zwaar beladen

16 juli 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

Afgelopen week kreeg mijn postfiets een nieuw achterwiel. Er waren opnieuw een paar spaken stuk gegaan. Omdat dat niet de eerste keer was, nu maar eens rigoureus aangepakt en een nieuw achterwiel met dikkere spaken er in laten zetten. De fiets is regelmatig te zwaar beladen. Nou ben ik zelf al niet de lichtste, maar die tassen met post wegen er ook behoorlijk in.

En het is druk. Er zijn wat collega’s op vakantie, een paar zieken en de hoeveelheid post is, ondanks de zomer, nog niet echt afgenomen. Het is dus even flink aanpakken voor de overgebleven collega’s en dat merken we in lijf en leden. Zeker als er van die regendagen tussen zitten of dagen met een hoge luchtvochtigheid.

Als ik in het depot ben om een nieuwe lading post op te halen, verzucht een collega dat hij zo moe is. Ik herken het meteen. Mijn benen voelen die dag als lood. Een jongere collega hoort ons aan en zegt: “ah, dan weet ik wat me te wachten staat”. Ik begrijp niet direct wat hij bedoelt. “Nou, dan weet ik alvast hoe het is als ik ook die leeftijd heb….” Eh, ja. Hij springt fluitend op z’n fiets en gaat er vandoor.

De eerste dag dat ik met mijn nieuwe achterwiel in de fiets rondrijd, krijg ik al een lekke band. Foutje van de fietsenmaker. De velg was in de band beland. Gelukkig snel en kosteloos hersteld, maar het was even lastig en vooral een ‘gedoe’ omdat het werk wel gewoon doorgaat natuurlijk. Als ik even later op mijn reservefiets rondrijd, blijf ik achter een tak hangen en scheurt mijn shirt bij de mouw open. Ik zucht eens diep en denk: hmm, blijkbaar is het vandaag zo’n dag.

Zo’n dag waarop er van alles mis lijkt te gaan. De vermoeidheid van de afgelopen dagen, zit me nog in de benen, maar toch wil ik zo snel mogelijk die post rondbrengen. En ineens bedenk ik me, dat dat helemaal niet nodig is. Dat het geen wedstrijd is en dat ik best even een beetje rustiger aan kan doen. Heel bewust haal ik het tempo wat omlaag. Ik zet de zware fiets wat vaker neer en loop wat meer.

Aan de routes die we lopen is een tijd gekoppeld. Een basistijd waarin je de post ongeveer zou moeten kunnen bezorgen. Soms lukt dat, maar meestal lukt dat niet. Hoe dan ook, mag je altijd aangeven hoe lang je er over hebt gedaan en die tijd telt. Niemand die daar moeilijk over doet (tenzij het de spuigaten uitloopt natuurlijk). Of het door die tijd komt of door iets in mijn genen weet ik niet, maar ik heb altijd het gevoel dat ik die tijd moet halen. Het liefst nog een beetje sneller. Inderdaad alsof het een wedstrijd is die ik wil winnen.

Op de pechdag bedenk ik me nog eens goed dat ik het mezelf daarmee alleen maar moeilijker maak. Niemand die het van me verlangt dat ik er een wedstrijd van maak. Niemand die van me verlangt dat ik nog net als die jonge collega op de fiets spring. Zijn opmerking was misschien een beetje confronterend, maar ik kan en hoef natuurlijk helemaal niet meer zo fit te zijn als hij. Laat hem de wedstrijd maar winnen, dan kan ik gewoon rustig in mijn eigen tempo doorgaan. Ondanks het rustiger tempo, ‘haal’ ik de basistijd nog met gemak. Nog meer reden dus om me niet zo druk te maken.

Als ik thuis kom, zie ik onze appelboom. Er is een tak afgeknapt. Té veel appels, té zwaar beladen. Ik had de boom goed uitgedund, dacht ik, maar blijkbaar groeide er toch nog te veel. Soms moet je toch nóg meer en beter ingrijpen om goede groei te krijgen. Te zwaar beladen, is nooit goed.