Soms komen dromen uit

16 april 2021 Door Marleen Samplonius-Ottens

Mijn telefoon gaat, een oproep om te videobellen van onze zoon (16). Als ik opneem zie ik hem met een stralende glimlach van oor tot oor. Op de achtergrond zie ik een helderblauwe lucht door de bomen. Hoewel ik het wel weet, vraag ik: “Waar ben je?” Hij draait de camera een beetje en zegt: “Waar denk je?” In beeld komt een groot bord van een pretpark bij ons in de buurt.

Wanneer het precies is begonnen weet ik niet, maar ik vermoed al ergens op de peuterspeelzaal. Toen gingen ze op ‘schoolreis’ naar een camping waar de 2- en 3-jarigen samen wandelend naar toe konden om zich heerlijk te vermaken in een hele grote speeltuin. De patatjes en ranja met een rietje maakten het verhaal compleet. Onze zoon raakte er niet over uitgepraat.

Later volgden er andere schoolreisjes en vaak bezochten we als gezin daarna hetzelfde pretpark zodat zoonlief ons alles kon vertellen en laten zien. Langzaam maar zeker breidde zijn liefde voor pretparken zich uit. Hij abonneerde zich op sites met informatie over allerlei parken, keek video na video over verschillende attracties en bouwde zelf nieuwe of bestaande parken na in het computerspel Minecraft.

Als we als gezin voor het eerst in een voor ons onbekend pretpark komen, dan leidt onze zoon ons rond alsof hij er al veel vaker geweest is, hoewel hij het dan ook voor het eerst in het echt ziet. Bijna meer dan een passie.  Zijn aandacht gaat niet alleen uit naar de achtbanen en andere attracties, maar ook naar de entertainers in een park. De mascottes en de acteurs die de bezoekers op verschillende manieren weten te vermaken.

Al op de basisschool laat hij het ons voor het eerst weten: “ik wil entertainer worden in een pretpark”. Voor ons een hele begrijpelijke keuze, maar best lastig als je bijvoorbeeld moet gaan aangeven naar welke middelbare school je wilt. In alle gesprekken die daarna volgden op scholen, woongroepen en hulpverlenende instanties, bleef het antwoord op de vraag wat hij wilde worden steevast: “entertainer in een pretpark!”

Uiteraard hebben we ons wel eens afgevraagd of het een realistische gedachte was, maar we hebben zijn droom nooit van tafel geveegd. We hebben wel eens de moeilijkheden opgesomd, maar hem soms ook juist aangemoedigd om door te gaan met school als hij deze droom waar wilde maken. Als het voor hem soms niet duidelijk was waarom die vervelende school nodig was, konden we aangeven dat ze hem juist daar verder kunnen helpen op weg naar dat pretpark.

Dit jaar is het laatste schooljaar voor onze zoon. In september hadden we al de eerste gesprekken waarin werd aangekondigd dat ze hem gingen begeleiden in een traject op weg naar werk. En natuurlijk kwam weer de droom op tafel: werken in een pretpark. Ook de docenten kwamen met bedenkingen, maar ook met mogelijkheden. Ze zouden alles op alles zetten om het te proberen.

En toen was er ineens een vacature. Voor een medewerker in een klein pretpark bij ons in de buurt. Onze zoon zag het zelf en appte mij. “Solliciteer!” Was mijn reactie. “Neem het mee naar school en pak het op met je mentor”. En die ging samen met hem aan de slag. Bellen, brief schrijven en zelfs de afgelopen week een sollicitatiegesprek.

En dan gaat de telefoon. Met zijn mentor van school naast zich, vertelt hij trots dat het gesprek heel goed ging en dat hij is aangenomen! Hij mocht zelfs al even een attractie besturen en heeft een solo-rit gemaakt in de achtbaan. En nu maar hopen dat de maatregelen rond Corona heel snel versoepeld worden zodat hij aan de slag kan.

Hoe trots kun je zijn als moeder! Het voelt op zoveel punten als een overwinning. Die jongen die zoveel te verstouwen heeft gehad de afgelopen jaren. Die zoveel moeite had op school, thuis en met het leven. Die zo vaak huilend of boos riep, “ik kan toch niks door die klote-autisme!” Diezelfde jongeman staat mij nu stralend aan te kijken door de telefoon. Met dank aan mensen om hem heen die ook in hem geloven. Docenten, begeleiders, maar ook de leidinggevenden in het pretpark. Ze geven hem een kans en onze zoon grijpt het met beide handen aan.

“Ik wil werken in een pretpark!” Het begin is er.