Regenbroek of niet?

18 januari 2020 Door admin

Vlak voor de middag vertrok ik op mijn fiets. Frisjes, koude wind, maar wel droog en zelfs een beetje zon. Een collega zei even later nog: “het blijft vandaag droog!”

De eerste straten liep ik fluitend. Maar bij de vierde straat, trok een donkere lucht linksboven mijn aandacht. “Hm, toch regen?” Ik floot nog even rustig door. Maar de dreiging werd steeds groter en voelde ik nu een spatje?. Ik besloot toch maar het zekere voor het onzekere te nemen en zette mijn fiets met volle fietstassen tegen een lantaarnpaal. Nadat die een beetje in evenwicht stond, opende ik mijn schoudertas, die ik altijd aan mijn zadel heb hangen en trok in één beweging mijn regenbroek eruit. In diezelfde vloeiende beweging vlogen ook mijn handschoenen mee naar buiten. Net zo blauw als mijn broek, had ik ze niet gezien, maar op de stoep, sprongen ze duidelijk in het oog. Die eerst maar opgeraapt.

Terwijl ik de blauwe wanten weer in mijn tas stop, bedenk ik mij, hoe ik hier midden op straat in deze volle woonwijk, zo normaal mogelijk mijn regenbroek ga aankrijgen. Ik begin gewoon en zelfverzekerd klop ik de opgevouwen stof uit tot een broek. Ik trek mijn postvest (dat is die buidel waar ik de post in twee verschillende bundels in draag) zo strak mogelijk en spreid de broek zo laag mogelijk uit en til mijn linkerbeen op. Maar die zet ik ook snel weer neer, even uit balans. Tweede poging. Bijna goed. Bij de derde poging zit mijn stevige wandelschoen met rubberen zool in de linkerpijp van de regenbroek. Die wandelschoenen zijn fantastisch als je postbezorger bent. Geen last meer van pijnlijke voeten, maar als je een regenbroek aan moet doen……

De schoen blijft halverwege steken. Ik sjor wat aan de voorkant en een beetje aan de achterkant en daar gaat ie weer een stukje. Met horten en stoten komt mijn schoen uiteindelijk te voorschijn aan de onderkant van de broekspijp. Zó, dat is één. Nu de andere kant nog. Ik zoek steun bij de lantaarnpaal waar ook mijn fiets tegenaan staat, met als gevolg dat mijn fiets bijna tegen de vlakte gaat, maar ik weet hem nog net te grijpen. Rechtervoet en -been in de regenbroekspijp is ongeveer hetzelfde verhaal als links, maar uiteindelijk lukt het en ik sjor de broek omhoog, onder jas en postvest die ik weer naar beneden drapeer.

Dan moeten de ritsjes onderaan de broekspijpen nog dicht. Rechts, roetsj, geen probleem, maar op links blijft de rits halverwege steken. De stof van de broek zit vast tussen de rits en moet er met de nodige kracht uit worden verwijderd. Maar ook dat lukt uiteindelijk. Met een rood hoofd van inspanning pak ik mijn fiets weer en kijk eens naar de lucht. Een spatje regen zou nu bijna welkom zijn, zo warm heb ik het er van gekregen. Maar nee hoor, de donkere wolken zijn verder getrokken en maken alweer langzaam plaats voor wat blauw en als ik goed kijk, zie ik zelfs een streepje zon. Daar loop ik dan, ritselend in mijn blauwe regenbroek.

Aan het eind van mijn route, vlak voor ik de laatste straat in fiets, voel ik toch ineens een spatje en nog één en …… haha. Toch niet voor niets!