Post afgeven

18 augustus 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

Mijn eerste werkdag na de vakantie is direct een drukke. Onder meer huis aan huis een brief van de gemeente. Dus mouwen opgestroopt én aan de slag.

Ongeveer halverwege de route staan twee vrouwen op de stoep met elkaar te praten. Ik groet ze en loop naar de voordeur van wat ongetwijfeld de woning van één van beide dames is, want de deur staat wagenwijd open. Ik schuif de post onder de openstaande deur en wil naar de volgende.

Eén van de vrouwen op de stoep zegt, “heb je ook iets voor 182? Geef het dan maar aan mij, want je kunt er bijna niet bij”. Voor haar huis staat een steiger waar een aantal schilders op staat. Heel officieel mag ik geen post op straat afgeven, maar in dit geval lijkt het me zeker praktischer om dat toch te doen.

Dus ik geef de post, wens de dames nog een prettige dag en loop door naar 184. Als ik daar de post in de bus heb gedaan, zegt één van de schilders op de steiger ernaast: “Heb je ook nog wat voor hier, nummer 182?” Ik kijk hem wat verbaasd aan en zeg dat ik dat net aan die mevrouw heb gegeven. Hij kijkt naar de vrouw die ik aanwijs en zegt: “Maar die woont hier helemaal niet”. Ik schrik en kijk nog verbaasder “oh écht?” en neem al een paar stappen richting de vrouw.

De dame in kwestie heeft ook in de gaten dat we het over haar hebben en loopt ook onze kant op en vraagt of alles goed gaat.

Dan begint de schilder te lachen. “Geintje”, zegt ie lachend.

Ik tuinde er weer eens met open ogen in en heb er de rest van de route lol om. Máár, ik zin wel op wraak. Ideeën zijn welkom.