Onvoldoende

12 november 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

Zuchtend ploft ze op de bank en stort zich op haar mobiel. Na een tijdje zegt ze, tussen neus en lippen door: “O ja, ik heb ook een onvoldoende voor Wiskunde”. Dat wisten we al, want de middelbare school waar onze dochter sinds september op zit, hanteert een systeem waarbij de ouders ook een melding krijgen van alle cijfers die worden ‘gescoord’. Wij zijn er niet ondersteboven van, maar het lijkt onze dochter meer te doen.

“Volgende keer beter, toch?” zeg ik. Ze haalt haar schouders op en kijkt verder naar de TikTok filmpjes die in hoog tempo voorbij flitsen. Mijn man en ik kijken elkaar eens aan en halen ook onze schouders op. Ik kan zijn gedachten bijna raden en hij waarschijnlijk ook de mijne. We denken allebei aan onze eigen moeders en hun reacties als we met een onvoldoende thuis kwamen.

Mijn middelbare school was niet naast de deur. Ik moest er 18 kilometer voor fietsen om er te komen. Over het algemeen deed ik dat trouwens met plezier. Zeker op de heenweg was het meestal heel gezellig met een grote groep medescholieren. Op de terugweg was ik nog wel eens alleen en dan had ik alle tijd om na te denken. Ook over hoe ik het thuis zou brengen als ik een onvoldoende had. Want mijn moeder was daar meestal niet over te spreken.

Manlief had dezelfde reacties thuis. Ook zijn moeder wilde dat hij zijn uiterste best deed op school en daar pasten dan geen onvoldoendes bij. Voor beide moeders is het goed te verklaren waarom ze zo reageerden. Zij móchten namelijk niet naar de middelbare school. In die tijd was het voorbehouden aan de rijken, de boeren én de jongens. Aangezien onze moeders in geen van deze ‘categorieën’ vielen, betekende het dat ze moesten werken vanaf hun dertiende. Mijn moeder in het veen en mijn schoonmoeder in de huishouding.

Wat hadden ze het graag anders gezien. Beiden hadden ze heel graag willen doorleren. Best logisch dat ze daarom van hun kinderen het nodige verwachtten. Wij kregen immers wel die kans. Maar manlief was al helemaal geen liefhebber van het schoolse leven en bij mij ging het mis vanaf het vierde/vijfde jaar. Om gezeur te voorkomen vertelde ik mijn cijfers gewoon niet meer. Kop in het zand steken was dat natuurlijk, want eens komt er een rapport dat moet worden ondertekend.

Het was een rapport met alleen maar onvoldoendes. Dus ik verwachtte nogal wat. Maar het bleef stil. Eerst dacht ik nog een stilte voor de storm. Maar dat was het niet. Het was de stilte voorafgaand aan de armen om me heen. Het drong door dat die onvoldoendes meer waren dan alleen een paar cijfertjes op een rij. Het was het begin van samen hulp zoeken en wat minder hard van stapel lopen.

Ik heb me altijd voorgenomen dat ik nooit boos zal worden als één van de kinderen thuiskomt met een onvoldoende. Maar als het slechte cijfers gaat regenen hoop ik dat ze weten waar ze kunnen schuilen. Zodat we er eventueel samen naar kunnen kijken en de zon weer kunnen laten schijnen.