Naar de hemel?

10 december 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

Mam, ga je met me mee?” “waar naartoe?” “naar de hemel!”.

We liggen samen in jouw bed. Jouw toch nog kleine lijf in mijn armen. Je komt een beetje bij na een heftige paniekaanval. Niet de eerste deze week. Paniek en angst bepalen de laatste tijd een groot deel van je leven. Het leven dat je volgens eigen zeggen haat en waar je soms niet mee verder wilt.

We praten samen en huilen. Je vertelt over je angst en stelt veel vragen. Vragen waar ik niet altijd antwoord op weet. Je praat over stemmen die je hoort. Dwingende stemmen die je niet thuis kunt brengen, maar die je niet durft te negeren. Je vraagt ook naar de dood en zegt er soms naar te verlangen. Weg van dit leven, dat je niet begrijpt.

Een groot deel van je verhaal herken ik. Soms hoor ik je iets zeggen wat ik zelf al zo vaak heb gedacht, maar wat jij nog nooit van mij hebt gehoord. Bijvoorbeeld als je je hardop afvraagt wat de zin van dit leven is. Je geeft een opsomming van hoe het er globaal uit zou kunnen zien van de wieg tot het graf en vraagt je af waar het dan allemaal goed voor is.

Ik weet dat het in de genen kan zitten en dat het erfelijk kan zijn, maar ik had er geen rekening mee gehouden. Misschien wílde ik er geen rekening mee houden. Maar nu lijkt het overduidelijk. Net als ik, heeft één van onze dochters ook depressieve gedachten. En dat komt de afgelopen weken heel heftig naar buiten. Van boosheid tot angst, verdriet en zelfs zelfbeschadiging. En soms niet meer willen leven.

En voor het eerst weet ik hoe machteloos het voelt om langs de kant te staan. Ik herken het voor een deel maar al te goed, maar weet amper hoe ik haar kan helpen. Steeds bedenk ik wat ik zelf in de meest donkere periodes nodig had. Vooral een arm om me heen en een luisterend oor. Zeker ook professionele hulp en in mijn geval ook medicijnen. Inmiddels is ook voor onze dochter de hulp volop ingeschakeld en onze armen staan wagenwijd open.

Op de vraag of ik met je meega, zeg ik dat het niet mijn bedoeling is om nu al naar de hemel te gaan. Hoe aantrekkelijk het ook kan lijken. Ik probeer je ervan te overtuigen dat er na een donkere periode weer licht komt. Dat ergens in die diepe duisternis een puntje licht is, waar je weer naar toe mag gaan. Een puntje licht en liefde. Een heel klein stukje hemel al op aarde. Ik hoop en bid dat we dat samen kunnen creëren en dat je nog heel lang bij ons blijft.