Hoe verschillend kun je zijn

14 mei 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

De eerste schooldag zit er op na weken thuis werken in Corona-tijd. De jongste dochter (11) komt als eerste opgetogen thuis. “Nou, hoe was het?” “Leuk!” Enthousiast vertelt ze over hoe bijzonder, gek en mooi het was. Even later komt haar zus (12) ook binnen. “En, hoe was jouw eerste schooldag?” “Saai!” Verder geen woord.

Het is weer een duidelijk voorbeeld van hoe verschillend onze dochters zijn. Ik verbaas me er vaak over. Twee zussen, maar 11 maanden verschillend in leeftijd, zelfde vader, zelfde moeder, zelfde leefomstandigheden, maar zó ontzettend verschillend in doen en laten.

Eigenlijk was hun geboorte daar al een voorbeeld van. De één kwam heel vlot. Ik kreeg zelfs de waarschuwing om even rustig aan te doen, omdat ze anders gelanceerd zou worden. En de ander kwam heel moeizaam met allerlei complicaties en een begin op de recovery.

En als peuter en kleuter ook zo verschillend. De één druk en aanwezig en de ander rustig en uren zichzelf kunnen vermaken. De één een klas vol vriendinnen, maar ook de nodige ruzies die daar dan bij horen, de ander al vanaf de eerste schooldag één allerbeste vriendin. Vooralsnog blijft zich dat zo aftekenen.

Ook in de omgang met ons en hun broer verschillen ze dag en nacht. Wat de één te veel heeft, zou de ander wel wat meer van mogen hebben. En andersom. Waar de één al volop meehelpt met klusjes in huis, moet de ander nog voor het eerst helpen afwassen. Niet te vergelijken zijn ze.

Maar dat wil ik ook helemaal niet. Soms vragen de meiden wel eens: wie vind je nou het liefste? Alsof ik daar antwoord op wíl en kan geven. Mijn kinderen zijn me allemaal even lief. En andersom merk ik dan ook de overeenkomst die er is: ze houden ook allemaal van ons evenveel. En dat delen ze gelukkig ook vaak.

Het lastige als moeder vind ik de ‘aanpak’  in die verschillendheid. Waar je bij de één de teugels wat gemakkelijker kunt laten vieren, moeten ze bij de ander soms strak gespannen. Dat is lastig in één huis. Want als de één iets wel mag, omdat ik denk dat zij het wel aan zou kunnen, is het lastig om dat voor de ander te verbieden. “Waarom mag zij het dan wel…..”

Het is waarschijnlijk iets van veel gezinnen en zeker van alle tijden. Mijn moeder herkende het in ieder geval. Zij verschilde ook maar een jaar in leeftijd met haar zus en haar moeder verzuchtte regelmatig: “Ze kunnen niet mét, maar ook niet zonder elkaar…..” Ik hou me er maar aan vast, want wat hebben ze uiteindelijk veel aan elkaar gehad, die twee verschillende zussen.

Als moeder laveer ik er maar een beetje tussendoor. Dan weer vermanend (ok, ik geef toe: schreeuwend!) en dan weer liefdevol omarmend. Genietend van de rustige aanpak van de één en van de onstuimigheid van de ander. Misschien af en toe niet mét, maar zeker ook niet zonder elkaar!