“Het is maar sport”

24 juni 2021 Door Marleen Samplonius-Ottens

“En toch wens ik je heel veel plezier!” roep ik onze jongste na als ze in de ochtend van huis wegfietst. Haar blik is bijna vernietigend, maar toch ook wel een beetje lachend en ze zwaait gelukkig nog vrolijk. Eigenlijk wilde ze zich ziekmelden, maar dat mocht niet van mij. Tja, ook dit hoort er blijkbaar bij aan het eind van het schooljaar: een sportdag.

Het moge duidelijk zijn, onze jongste is geen sportliefhebber. Uit betrouwbare bron (haar juf) heb ik wel eens gehoord dat ze tijdens gymlessen regelmatig gewoon aan de kant Tik-Tok dansjes aan het doen is. “Ach, ik laat haar maar, dan beweegt ze tenslotte ook”, was de reactie. Maar vandaag moet ze er echt aan geloven en gaat ze met haar klas op de fiets naar het terrein van een atletiekvereniging om de hele dag te sporten.

Zelf kan ik best genieten van sport. Ik heb de sportdagen en de gymlessen op school nooit als een straf ervaren. Ik hoorde bij die fanatiekelingen die de veldloop eens in de zoveel tijd wél met plezier en zo snel mogelijk liep en ik vind het nog steeds heerlijk dat ik een beroep heb waarbij ik veel mag fietsen en wandelen. Sport kijken doe ik niet heel veel, maar nu er weer een EK voetbal is, zit ik regelmatig voor de buis.

Toch kan ik mij de frustratie van onze jongste goed voorstellen. De hele dag iets moeten doen waar je een vreselijke hekel aan hebt, is natuurlijk ook niet leuk. En ik zit me af te vragen waar dat eigenlijk vandaan is gekomen, dat we op scholen zoveel aandacht aan sport besteden? Dat bewegen goed is voor een mens, begrijp ik, maar waarom moet het er op deze manier worden ingestampt? Muziek maken is ook goed voor een mens, maar dat doe je ook geen hele schooldag.

Onze middelste heeft iets meer met sport, maar is ook niet laaiend enthousiast. Heeft ook met de leeftijd te maken, denk ik. Iets met puberteit. Op haar school wordt sport erg gewaardeerd. Ze heeft maar liefst vier uur per week gym. En ook zij sluit dit schooljaar af met een aantal sportdagen. Deze week kreeg dochterlief de indeling daarvan en eén onderdeel sprong er direct uit: zaklopen! “WTF”, riep ze, “dat ga je toch niet menen? Dat deden we in groep 3 bij de Koningsspelen.”

Deze week was ik met de jongste op een kennismakingsavond op haar nieuwe Middelbare school waar ze na de zomervakantie gaat beginnen. Deze school biedt veel extra’s ook voor andere interesses. Voor de liefhebbers is er bijvoorbeeld een sportklas, maar daarnaast is er ook een cultklas. Een klas met extra aandacht voor kunst en cultuur. Daar is onze jongste voor geselecteerd. Daar ligt haar interesse en haar passie.

Natuurlijk is er wel lichamelijke opvoeding, net als tekenen en muziek, maar in ‘normale’ proporties. Voor de zekerheid vroeg ik het nog even tijdens die kennismaking, maar het gaat gewoon om twee uurtjes per week. Daar moet onze jongste dan maar even doorheen.

Terwijl ze wegfietst naar school, in haar gewone kleding (“mam, ik ga écht niet in een korte sportbroek en T-shirt hoor”), denk ik lachend aan een uitspraak van een oud-collega. Als anderen zich heel erg druk maakten om een wedstrijd of om de (wan)prestaties van atleten, kon hij heel fijntjes met een knipoog reageren: “ach jongens, rustig toch, het is maar sport!”