Gewoontes

26 november 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

“Vergeet je beker melk niet” We hebben net een heerlijk bord hutspot achter de kiezen als manlief mij herinnert aan een gewoonte die stamt uit mijn jeugd. Ná een bord hutspot kregen we thuis een beker warme melk. Zo warm mogelijk opdrinken, want dan kreeg je er geen ‘last’ van…..

Waar we dan precies last van moesten krijgen begreep ik toen nog niet eens, denk ik, maar ik wilde sowieso nergens last van krijgen dus deed ik dat braaf. Inmiddels weet ik welke reactie de combinatie van peen en uien teweegbrengt en drink ik nog braaf mijn beker warme melk. Ik ben het ook wel eens vergeten en niemand anders in ons gezin drinkt die beker warme melk en toch valt de ‘last’ erg mee.

Toch doe ik het nog steeds. De beker met dampende warme melk (gelukkig geen ál te dik vel) voor me op tafel en de eerste slokken neem ik met een lepel. Dan kun je het namelijk zo heet mogelijk opdrinken. In gedachten zie ik mijn ouders voor me met zo’n beker melk voor zich. Mijn moeder ook met een lepel in de hand en mijn vader al blazend de eerste slok net iets te heet opdrinkend. De brillenglazen beslaan ervan.

Hoewel ik het nut en de noodzaak van deze gewoonte al lang betwijfel, blijf ik het doen. Als ik geen melk zou lusten zou het waarschijnlijk een heel ander verhaal zijn. Of als ik het een nare herinnering vond, maar deze gewoonte roept dierbare herinneringen op. Kleine details van vroeger die het leven net even laten glimlachen.

Zo zijn er meer gewoontes die ik heb meegenomen en doorgegeven aan onze kinderen. Sommige nemen ze over en andere ook niet.  Soms vind ik het best lastig dat bepaalde gewoontes overboord worden gegooid. Maar soms wil ik ook wel eens zwichten. Vooral als ik merk dat star vasthouden eigenlijk zinloos is. Dat het een soort opleggen wordt, als een onbetwiste waarheid.

Deze week heb ik ook een principe losgelaten. Het was het principe ‘geen kerst, zolang Sinterklaas nog in het land is’. Altijd probleemloos kunnen volhouden, maar dit jaar ben ik gezwicht. Gezwicht door de druk van één van de dochters en natuurlijk ook door al die andere mensen die dit principe al aan het begin van de maand overboord hadden gegooid.

Voorzichtig ben ik begonnen met het ophangen van wat kerstversiering. En ik heb al toegezegd dat dit weekend de boom zijn intrede al mag doen in de kamer. Mezelf vrijpleitend door te zeggen dat het dan in ieder geval eerste advent is.

Ach, het is maar een klein voorbeeld. Maar het geeft wat mij betreft aan dat je soms best kunt mee veranderen met je kinderen of anderen om je heen. Voor dochterlief geeft het nu in ieder geval een hoop verlichting. Ze gaat door een moeilijke periode en samen toeleven naar kerst, ook al is het zo’n stuk eerder dan ik eigenlijk zou willen, geeft haar nu hoop, plezier en gezelligheid. Daar zet ik mijn principe dan graag voor overboord.

Maar die beker warme melk, die blijft! Dan heeft in ieder geval niemand na de hutspot last van mij!