Depressief

22 april 2021 Door Marleen Samplonius-Ottens

Ik keek wel, maar ik zag niets.

Ik keek naar de wereld om me heen. Naar het mooie, naar het minder mooie, naar het huiveringwekkende. Het kwam niet binnen. Ik keek naar de mensen om me heen. Verder weg en naast me op de bank. Ik herkende de gezichten, aanschouwde de blikken in hun ogen, wist dat het liefde moest zijn. Ik keek naar onze dieren. Kreeg kopjes en pootjes. Grote trouwe ogen, maar ik zag het niet.

Ik hoorde wel, maar ik luisterde niet.

Ik hoorde buiten de wind of de vogels. Ook alle andere geluiden van toeterende auto’s of spelende kinderen, soms kwam dat wel even verstoord naar binnen. Ik hoorde het praten van de mensen om me heen. Praatte mee, lachte mee, maar vergat het daarna weer omdat ik niet écht luisterde.

Ik gebruikte mijn handen, voeten, mijn hele lijf, maar ik voelde niets.

Ik liep in het bos, maar voelde niet de zachte ondergrond, rook niet het dennengroen. Ik aaide met mijn handen, maar voelde niet de zachte vacht van onze hond. Ik omarmde, ik kuste, ik hield vast, maar voelde niet de streling of een ander lief gebaar.

Ik rook wel, maar kon de geur niet plaatsen.

Bloeiende bloemen, geurende kaarsjes, een lekker luchtje, verse broodjes, pas gemaaid gras, net gewassen kleding. Het was er allemaal, maar ik rook het niet.

Ik leefde wel, maar wilde het net zo lief niet.

Alles wat een mens met zintuigen zou moeten kunnen bevatten, leek omhuld. Het was er wel en de zintuigen werken naar behoren, maar het lijntje naar de uitwerking was verbroken.

Dat lijntje is nu voorzichtig aan het herstellen. Daardoor kan ik het nu een beetje omschrijven. Want ineens zie ik weer iets en hoor ik weer wat. Ik voel, ruik, praat en lach en begin daar weer van te genieten.

Ik leef en dat wíl ik ook!