De never ending story van de fiets

4 juni 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

Het was een groot cadeau. Letterlijk en figuurlijk. Toen onze zoon 2 jaar werd, kreeg hij van mijn ouders, zijn opa en oma, een eigen tractor om op te rijden. Zo’n mooie geel groene met trappers en zelfs een aanhanger erachter. We waren net verhuisd naar een heel landelijk plekje en zoonlief stond regelmatig naar de harde werkers op het land te kijken. Onder de indruk van die grote tractoren en machines. Nu had hij zijn eigen exemplaar in het klein.

Mijn moeder hielp hem op de tractor en zette zijn voetjes op de trappers. “Toe maar”, zei ze “trappen”. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Hij vond de tractor prachtig, maar dat trappen kreeg hij maar niet onder de knie. Mijn moeder was er bijna teleurgesteld van, bang dat ze het verkeerde cadeau had gegeven. Dat was het zeker niet, want hij heeft heel veel plezier gehad van die tractor met aanhanger, maar hij maakte er een looptractor van.

Later gebeurde ongeveer hetzelfde met een fiets. Het heeft heel lang geduurd, tot z’n zevende of achtste voordat hij op een fiets met zijwieltjes kon fietsen. Maar een fiets met zijwieltjes voor een jongen van die leeftijd is ondoenlijk. Het bleef een probleem.

Rond die tijd kwamen we er ook achter, waardoor dit zo’n probleem is. In Beatrixoord in Haren werd na een aantal onderzoeken vastgesteld dat hij DCD heeft. DCD staat voor Developmental Coordination Disorder. Een stoornis van de coördinatie van bewegingen. Vandaar dat zoveel dingen onze zoon zoveel moeite kosten: soepel bewegen, een bal gooien en vangen, jezelf aan- en uitkleden, veters strikken, tandenpoetsen, met een pen schrijven, zwemmen en dus ook fietsen!

Met de diagnose op zak, konden we voor onze zoon een aangepaste fiets aanvragen bij de gemeente. Via de WMO kreeg hij een mooie driewieler. Vol trots reed hij er op rond. Z’n vriendjes genoten mee, want door de grote bagagedrager achterop kon er gemakkelijk iemand mee. Geen schaamte, geen pesterij, gewoon onze zoon met eindelijk een fiets die bij hem paste en waarmee zijn wereldje weer wat groter werd.

Soms ook even té groot, toen hij had ontdekt dat je ook best op zo’n fiets naar de hamburgerketen met die grote M kunt gaan. Hij verdwaalde en wij waren natuurlijk erg ongerust. De hele buurt was ingeschakeld om te helpen zoeken, toen hij in alle rust vanuit een andere richting dan we hadden verwacht,  aan kwam fietsen.

Toen hij te groot werd voor zijn fiets, kregen we, opnieuw via de gemeente, een nieuwe fiets in bruikleen.  Het was inmiddels onmisbaar voor hem geworden. Zeker toen hij op de fiets naar het busstation ging op weg naar de middelbare school. Helaas kwamen toen toch de pesterijen. De fiets moest het toen ook ontgelden. Regelmatig trof hij zijn fiets in de stalling aan met een lekke band.

Het was een roerige tijd waarin veel gebeurde. De tijd waarna hij uiteindelijk op een zorgboerderij ging wonen en wij samen verhuisden van Groningen naar Drenthe. Bij die verhuizing namen we de fiets mee. Wetende dat hij van de gemeente was, maar dat zou in onze nieuwe gemeente wel overgenomen worden, toch?

Zo simpel moet je niet denken als het om communicatie tussen gemeenten gaat. Wat in de ene gemeente geregeld is, wordt niet zomaar overgenomen door een andere gemeente. Daarvoor moeten opnieuw gesprekken worden gevoerd, al dan niet aan de keukentafel en formulieren worden ingevuld. Vooral veel formulieren. Maar uiteindelijk bleef dezelfde fiets bij ons en werd het contract daarvoor overgenomen. Gelukkig, want ook in onze nieuwe woonplaats, fietst onze zoon graag.

Maar hij wil ook graag fietsen bij de zorgboerderij. Vooral in de zomermaanden wordt er best veel gefietst, ook richting zwemplassen etc. En een jongeman van 1.94 m. en 90 kilo achterop je fiets is voor een begeleider geen pretje. De grote driewieler elke keer mee heen en weer vervoeren is geen optie, dus vroegen we bij de gemeente waar de zorgboerderij staat om een tweede driewieler voor zoonlief.

Ik zal de details achterwege laten over de twee gemeenten die elkaar daarvoor wilden laten opdraaien. Kastjes en muren, maar uiteindelijk na bijna een jaar, kreeg onze zoon zijn fiets op de zorgboerderij. Trots belde hij ons en inmiddels heeft hij al de nodige tochtjes gemaakt, al dan niet met vrienden. Het had even geduurd, maar uiteindelijk goed gelukt.

Vandaag viel er een brief op de mat. Van onze gemeente. Ze hadden geconstateerd dat onze zoon een driewielfiets heeft gekregen van de gemeente waarin hij doordeweeks verblijft. Daarom wordt de driewielfiets die zij hadden toegekend binnenkort opgehaald.

Zucht. Dat was nu net niet de bedoeling. Want ook als onze zoon bij ons is, maakt hij veel gebruik van de fiets. Afgelopen weekend nog met z’n zusje achterop een middagje geocachen. Supergezellig. Maar dus binnenkort afgelopen?

Ik zie nog de verbaasde blik van mijn moeder toen onze zoon niet vanzelfsprekend zijn voetjes op de trappers zette en het hem, ook na jaren, maar niet lukte om die ronddraaiende beweging te maken. Die verbazing is er blijkbaar ook bij verschillende instanties. Waarbij je keer op keer moet uitleggen dat het geen onwil is, maar dat sommige dingen gewoon niet lukken.  Onze zoon zelf lijkt er niet heel veel last van te hebben. Hij redt zich op zijn eigen manier. Maar ondersteuning is en blijft op verschillende fronten noodzakelijk. Wat zou het toch een stuk aangenamer zijn als daar niet zo’n bureaucratische rompslomp omheen zat.