Boos zijn mag

11 juni 2020 Door Marleen Samplonius-Ottens

Wat kunnen we soms boos op elkaar zijn, onze kinderen op elkaar of op ons en andersom. Het valt ook niet altijd mee. Drie tieners, een moeder in de overgang en een vader herstellende van een burn-out en toe aan zijn pensioen. Het huis staat wel eens te trillen, zeg maar.

We zijn er soms best mee aan het worstelen. Want de boosheid heeft wel eens extreme vormen aangenomen. Ging veel te ver in onze ogen. Met name voor onze zoon met een vorm van autisme was en is het moeilijk om die boosheid te uiten. Het gaat al snel over in alles overhoop gooien en soms zelfs met geweld. Een teken van onmacht.

Ook voor onze puberende dochters is het lastig om met boosheid om te gaan. De één uit het bijna helemaal niet en kan er ook niet tegen als iemand anders boos wordt, de ander gaat vooral verbaal helemaal los. Ze zijn duidelijk hun grenzen aan het zoeken. En wij zoeken mee. Mijn eerste (ik denk heel menselijke) reactie is vaak er tegenin gaan, maar we merken dat dat averechts werkt. Dus hebben we afgesproken dat het anders moet.

We benadrukken dat boos zijn mag. Het is een emotie en iedereen maakt wel iets mee waar hij  of zij heel boos van wordt. Maar hoe uit je dat. We hebben afgesproken dat we best eens stampend de trap op mogen gaan of met een lege fles op een kussen slaan. Ergens op afreageren. Tuin omspitten mag ook, maar daar worden onze kinderen alleen maar nog bozer van, denk ik, dus die optie hou ik voor mezelf.

En als de rust wat is weer gekeerd, proberen we erover te praten. Op een normale toon. Duidelijk uitleggend wat het probleem is en hoe we het ervaren. We merken dat het dan vaak afloopt met een dikke knuffel, omdat we uiteindelijk niet zo heel veel bij elkaar vandaan waren als we wel dachten.

Deze aanpak, heb ik niet zelf verzonnen. We hebben in de loop der jaren heel veel hulp gekregen. Mensen die dergelijke, soms extreme, situaties vaker hebben gezien en meerdere manieren kennen om dat aan te pakken. Vaak helpt het. Natuurlijk zitten we soms nog met de handen in het haar of doen zich er weer nieuwe situaties voor waardoor we weer op zoek moeten naar een goede aanpak. Maar met de nodige hulp komen we er vaak wel weer uit.

Het motto blijft: boos zijn mág, maar het heeft dus wel grenzen hoe je het uit. Die grenzen kun je samen afspreken, desnoods vastleggen, zodat je elkaar er op kunt aanspreken, mocht er een grens worden overschreden.

Deze week bedacht ik dat dit motto, dat in ons gezin is ingevoerd, ook geldt in onze maatschappij. Natuurlijk mag je boos zijn over ongerechtigheid. Over moord en doodslag, over discriminatie en mishandeling en nog zoveel zaken meer. Maar hoe geef je uiting aan die boosheid. Ook hierin zijn grenzen. In Corona-tijd massaal gaan demonstreren, beelden vernietigen en oproepen tot geweld is misschien wel over die grens.

In de afgelopen maanden zijn we zo creatief geweest in het verzinnen van oplossingen om de lock-down periode door te komen. Er waren zulke hartverwarmende initiatieven. Van zingen op het balkon tot massaal applaudisseren, maar wel op afstand, van berenjacht tot heel Holland plakt. Wat zou het mooi zijn als we in het uiten van onze boosheid ook zo creatief kunnen zijn.

Misschien goed om er eens over te praten, als we een beetje zijn bedaard. Dan eindigt het hopelijk ook in een -desnoods virtuele- knuffel.